Na de val van Frankrijk werden de meeste K5 spoorwegkanonnen naar de Franse kust tussen Boulogne en Calais gebracht. Dit om van dienst te kunnen zijn met de verwachte invasie van Groot-Brittanië. Nadat het K5 spoorweggeschut permanent aan de kanaalkust bleef opgesteld, werden er door de Organisation Todt schuilplaatsen voor gebouwd. Deze betonnen schuilplaatsen werden Dombunkers genoemd, vanwege hun vorm en afmeting. Dom hier in de betekenis van kathedraal. Ze waren groot genoeg voor twee K5 kanonnen en een WR360C14 diesellocomotief. Ook werd er gebruik gemaakt van tunnels om het geschut te verschuilen. Tegenwoordig zijn deze bunkers nog steeds te zien, nu in gebruik als opslagruimte. Spoorwegbatterij 710 stond opgesteld bij fort Nieulay / Calais, waar het geschut een Dombunker als schuilplaats had. Spoorwegbatterij 688 stond opgesteld bij Coquelles / Calais, waar het geschut in een tunnel gereden kon worden. Spoorwegbatterij 701 stond opgesteld bij Hydrequent / Marquise. Dit K12 geschut werd of in een Dombunker of een tunnel weggestopt. Ook werd het K12 geschut opgesteld bij Terlincthun, gelegen tussen Wimereux en Boulogne. Spoorwegbatterij 713 stond opgesteld bij pointe aux Oies / Wimereux. Hier was voor het geschut een Dombunker ter beschikking.