Op bovenstaande foto herkennen we, – Theo Vanhijfte – Arthur van Aerde – (?) – Petrus Vanhijfte – Luciën Lafort, zittend op de loop van het K5 geschut van Eisenbahn-Artillerie-Batterie 713 (Deutsche Reichsbahn Berlin 919217).

Deze Eisenbahn-Artillerie-Batterien behoorden tot Eisenbahn-Artillerie-Abteilung 702 en waren afkomstig uit de regio Calais – Boulogne-sur-Mer in Frankrijk, alwaar het spoorweggeschut stond opgesteld als onderdeel van de ‘Atlantikwall’. Er waren daar zelfs betonnen schuilplaatsen voor het spoorweggeschut gebouwd, de zogenaamde ‘Dombunkers’.
Waarom kwamen de Eisenbahn-Artillerie-Batterien uiteindelijk in Sluiskil terecht?
Op 2 september 1944 kwam het bevel van Eisenbahn-Artillerie-Abteilung 702 om de Eisenbahn-Artillerie-Batterien te verplaatsen naar het gebied tussen Brugge en Gent. ’s Morgens op 3 september 1944 begon de terugtocht vanuit Frankrijk. ’s Avonds die dag werd bij Brugge het bevel gegeven om alle treinen naar Antwerpen te rijden en via Antwerpen verder richting Duitsland te gaan. In verband met de ontwikkelingen aan het front mochten de treinen alleen via Eeklo naar Lokeren rijden, om vervolgens bij  Dendermonde over de Schelde te raken en zo verder naar Mechelen te rijden. Door de snelle opmars van de Geallieerden en de chaotische bevelvoering tijdens de terugtocht van het Duitse leger uit Frankrijk eind augustus / begin september 1944 is dit mislukt. Via de spoorweg Eeklo – Lokeren, was het onmogelijk om verder te rijden dan Zelzate, omdat daar de spoorbrug in mei 1940 was opgeblazen. Daar kon men het kanaal Terneuzen – Gent dus ook niet passeren. Richting Gent was uitgesloten, de Geallieerde troepen hadden Gent bijna bereikt. De enige mogelijkheid om het kanaal Terneuzen – Gent over te steken was dus via de spoorbrug in Sluiskil. Op die manier zou het mogelijk geweest zijn om via de spoorweg Gent – Terneuzen bij Sluiskil op de spoorweg Mechelen – Terneuzen te geraken. Via deze spoorweg kon men dan via Sint-Niklaas richting Lokeren rijden. Via Sint-Niklaas verder richting Mechelen ging niet, omdat de spoorbrug bij Temse ook in mei 1940 was opgeblazen. Omdat men onbekend was met de situatie van de spoorbrug in Sluiskil, reden de treinen richting Sluiskil om het kanaal Terneuzen – Gent over te kunnen steken. De Eisenbahn-Artillerie-Batterien konden daar niet verder rijden richting de spoorweg Mechelen – Terneuzen omdat de brug in Sluiskil open stond (dwars op de rijrichting) en er tevens al springladingen waren aangebracht.
Een korte terugblik op de situatie in 1944. Begin juni 1944 was het Duitse  15. Armee verantwoordelijk voor de verdediging van de kanaalkust dat vanaf Walcheren tot ongeveer de monding van de rivier de Orne (Frankrijk) liep. Dit was het sterkste gedeelte van de ‘Atlantikwall’, hier werd de invasie verwacht. Die vond uiteindelijk in Normandië plaats, waardoor de fortificaties aan de kanaalkust veel aan waarde verloren. Na lange tijd van afwachten, omdat er nog steeds werd gedacht dat de invasie in Normandië een afleiding was en de echte invasie op de kanaalkust zou plaatsvinden, werd een groot gedeelte van het 15. Armee richting Normandië gestuurd in een poging het tij te keren.
Het Duitse leger dacht dat het de Geallieerde opmars bij de rivier Somme kon blokkeren. De val van Amiens op 31 augustus maakte een eind aan deze gedachte. Maar misschien was het mogelijk een nieuwe linie meer naar het noorden op te werpen. Dit front werd dan bezet door het 15. Armee,  5. Panzer Armee  en het 7. Armee. Maar er ontstond een grote opening tussen het 15. Armee en het 5.  Panzer Armee, dat ook niet meer door het 7. Armee gedicht kon worden. Het 2nd British Army  kon nu een snelle opmars richting Brussel maken, dat op 3 september werd bereikt. Een snelle doorstoot richting Antwerpen, dat op 4 september werd bereikt, zorgde ervoor dat het 15. Armee nu compleet was afgesneden van het 5. Panzer Armee. Het Duitse leger hield zelfs rekening met een doorstoot naar Breda. Het 15. Armee liep nu gevaar om in een omsingeling terecht te komen en, tegen de kust aangedrukt, vernietigd te worden. Maar de Geallieerde opmars stokte en kwam niet verder dan Antwerpen. Bij het 15. Armee  waren inmiddels orders van Oberbefehlshaber West binnengekomen, om een groot gedeelte van het 15. Armee de Westerschelde over te zetten en richting Breda te sturen en ook om een doorbraak noordelijk van Brussel te forceren. Walcheren moest gehouden worden, ook Boulogne, Calais en Duinkerken moesten gehouden en versterkt worden. De Führer –  Adolf Hitler, wees echter de plannen voor de doorbraak af, eiste een bruggenhoofd bezuiden, en een zwaar versterkt Walcheren benoorden de Westerschelde. Na mislukte pogingen toch een doorbraak te forceren en een naderende vijand vanuit het zuiden,werd de toestand voor het 15. Armee onzeker.
De frontlijn lag nu ongeveer op de lijn Boulogne – St. Omer – Bethune (Frankrijk) – Tournai – Brussel – Antwerpen (België).

Sluiskil – maandag 4 september 1944

’s Avonds rond half elf stopte er een enorme trein afgeladen met manschappen, munitie, wapens, levensmiddelen en dergelijke voor de spoorbrug. De trein wilde de spoorbrug over maar omdat de brug al was voorzien van springladingen mocht er onder geen voorwaarde nog een trein passeren. Deze trein, die bestond uit twee stoomlocomotieven, een groot aantal gesloten goederenwagons, enkele platte wagens, een wagon met spoorweggeschut en achteraan een opduwende locomotief, stond nu stil voor het plaatselijke ziekenhuis (Eisenbahn-Artillerie-Batterie 713). De toenmalige huisarts Wechelaar, zag in dat bij een eventueel bombardement door de geallieerden het ziekenhuis in gevaar zou komen. Hij kon de machinist overtuigen de trein een honderd meter achteruit te rijden. De trein terug rijden richting Sas van Gent was niet mogelijk, omdat deze op de voet werd gevolgd door een tweede trein en er nog meerdere treinen in aantocht waren. Deze tweede trein, met zo’n twintigtal goederenwagons, werd getrokken door een grote diesellocomotief met aan het eind twee wagons met spoorweggeschut (Eisenbahn-Artillerie-Batterie 710). Het Duitse leger was inmiddels begonnen met troepen de Westerschelde over te zetten. Tussen 4 – 23 september werden ruim 86.000 militairen, 616 stukken geschut, 6.200 paarden, 6.200 voertuigen en zo’n 6.500 fietsen overgezet via Terneuzen en Breskens.Dit zorgde voor overvolle wegen in de regio. Wat niet meekon werd vernietigd.

Sluiskil – dinsdag 5 september 1944

’s Morgens rond vier uur, kondigde een zware explosie het vernietigen van de treinen aan. Lichtkogels en munitie zorgden voor een mooi vuurwerk. Enkele wagons stonden in brand. Om acht uur waren al vele Sluiskillenaars ter plaatse om te zien wat er die nacht gebeurd was. Zij kregen toestemming van de Duitse soldaten om spullen uit de treinen te halen. Alles wat in die tijd schaars was, lag nu voor het oprapen; blikken vlees en groente, drank, potten, pannen, beddengoed, gereedschap, kleding, schoeisel, radio’s, fietsbanden, vee en een filmprojector werden eruit gehaald. Zelfs een complete operatiekamer inventaris zat in een wagon. Helemaal ongevaarlijk was het niet, vele kisten die uit de wagons gegooid werden bleken vol met handgranaten te zitten. Ook enkele Franse vrouwen waren met de treinen meegekomen en liepen nu doelloos rond. De trein kreeg al gauw ‘de Miljoenentrein’ als bijnaam. Om elf uur volgde opnieuw een zware explosie, enkele Duitse soldaten hadden een wagon in de lucht laten vliegen. Opnieuw zorgde dit voor zware schade aan ruiten en gebouwen in Sluiskil. De soldaten van deze Eisenbahn-Artillerie-Batterien vluchtten daarna richting Terneuzen, om de Westerschelde overgezet te worden. Geen enkele verantwoordelijke officier bekommerde zich over uitwerking van de pogingen om het spoorweggeschut onbruikbaar te maken. Eerder die nacht was er nog een trein in Sluiskil gearriveerd. Deze trein, was een trein met twee diesellocomotieven voorop, een veertigtal meest gesloten wagens bezet met soldaten, met materiaalwagens, een bijzonder groot stuk spoorweggeschut en achteraan twee stoomlocomotieven (Eisenbahn-Artillerie-Batterie 701). De treinen stonden nu vast tussen station Sluiskil-Brug en station Philippine, net boven Zandstraat. De lengte van alle treinen tezamen bedroeg ongeveer 1,7 km. Ook bleek een trein, voorzien van Rode Kruis tekens, vol met gewonden naar Sluiskil gereden te zijn. Deze trein was echter terug naar Sas van Gent gereden, omdat de spoorlijn in Sluiskil volledig was geblokkeerd door de treinen met het spoorweggeschut. De gewonden werden in Sas van Gent uitgeladen. De wagons van deze trein zouden een week later helemaal uitbranden, als ze tezamen met enkele diesellocomotieven vernietigd werden door de Duitse militairen.

Enkele dagen later ontving Oberleutnant Schmiedel (Batterijchef van Eisenbahn-Artillerie-Batterie 701), het bericht dat de treinen met het spoorweggeschut in Sluiskil achtergelaten waren. Hij kwam het geschut inspecteren en ontdekte dat het niet volgens de regels tot springen was gebracht. Ook de munitie van het spoorweggeschut was nog aanwezig, 96 granaten van Eisenbahn-Artillerie-Batterie 701, van Eisenbahn-Artillerie-Batterie 710 nog 138 granaten en 24 granaten van Eisenbahn-Artillerie-Batterie 713. Tevens werd er nog wat waardevolle apparatuur uit de treinen geborgen en op transport gezet. Toen werd ook ontdekt dat er zendapparatuur verdwenen was. In Sluiskil werd toen door ‘dorpsomroeper’ D’hont, het bericht rondgebracht dat deze apparatuur voor een bepaald tijdstip ingeleverd moest worden, anders zou de plaatselijke politieagent Verpoorte (die door de Duitsers was gegijzeld) aansprakelijk worden gesteld. De zendapparatuur is terecht gekomen. Later zou het geschut en de treinen onbruikbaar gemaakt worden door middel van explosies en brand.  

De frontlijn liep nu ongeveer van Boulogne – Armentieres (Frankrijk) – Leie rivier – Gent – Schelde rivier – Antwerpen (België).

Sluiskil – maandag 11 september 1944

Volgens officieel bericht zou er ‘s morgens om elf uur begonnen worden de treinen te vernietigen. In Sluiskil werden alle ramen en deuren open gezet en zocht de bevolking de kelders op. Explosie na explosie volgde, ‘s middags was het een ware hel. Grote stukken ijzer vlogen door de lucht. Verschillende huizen werden onbewoonbaar. ’s Avonds tussen acht en tien opnieuw zware explosies, de munitie voor het spoorweggeschut was nu aan de beurt. Enkele van de grote zware granaten werden tientallen meters weggeslingerd. Ook werd de spoorbaan, in de richting van Sas van Gent, over een lengte van enkele kilometers onbruikbaar gemaakt.

De verantwoordelijke officieren die nalieten om de Eisenbahn-Artillerie-Batterien onbruibaar te maken, moesten enige maanden later voor de Krijgsraad terecht staan. Op 8 januari 1945 werd Hauptmann Fuchs – Abteilungskommandeur, tot 6 maanden gevangenis veroordeeld, Oberleutnant Beyer – Eisenbahn-Artillerie-Batterie 701, Leutnant Cordes – Eisenbahn-Artillerie-Batterie 710 en Oberleutnant Staehr – Eisenbahn-Artillerie-Batterie 713 werden tot 4 maanden gevangenis veroordeeld. De afgelopen dagen was er ‘s nachts ook veel kanongebulder te horen (Waarschijnlijk was dit afkomstig van het spoorweggeschut dat opgesteld stond nabij Sas van Gent –  Stuiver, aan de Belgische grens. Dit geschut beschoot Gent en omgeving).
De frontlinie liep nu ongeveer van Nieuwpoort – Brugge – Leopold kanaal – Aalter – Gent – Lokeren – St. Niklaas – Schelde rivier (België). In de dagen die volgden werd er hevig geschoten op laag overscherende geallieerde jachtvliegtuigen, die met hun mitrailleurs en raketbommen op zoek naar Duitse doelen, ook voor veel angst en schade bij de burgerbevolking zorgden.

Sluiskil – zondag 17 september 1944

Het Duitse luchtafweergeschut (Flak) in of bij Sluiskil schoot die middag rond 13 uur een Spitfire IX (340e squadron RAF) uit de lucht, dit toestel stortte net buiten Sluiskil neer. De piloot Lt. Erwine Boudry overleefde de crash niet. Enkele uren later (rond vijf uur) werd er nog een Spitfire IX  (332e squadron RAF) door de Duitse Flak neergehaald. Dit toestel stortte neer in de Vlooswijkpolder, vlakbij Terneuzen. Ook deze piloot overleefde de crash niet. Ook de volgende dagen werd er in Sluiskil weinig geslapen door het lawaai van vliegtuigen, het vele schieten en explosies van ontploffende granaten. Het was een erg onrustige periode. (Deze aanval op Sluiskil werd ook in een Tagesmeldung van Oberbefehlshaber West genoemd). De eerste Geallieerde troepen hadden op 16 september oostelijk Zeeuws-Vlaanderen bereikt. (1e Poolse Pantser Divisie).

De frontlijn liep nu ongeveer van Zeebrugge – Moerkerke – Leopold kanaal – Lembeke – Ertvelde – kanaal Terneuzen – Gent (België) – Hulsterkanaal tussen Axel en Hulst – Hulst – Paal (Nederland).

Sluiskil – woensdag 20 september 1944

s Morgens om zes uur, een zeer zware explosie. De Duitse troepen trokken zich terug naar de westzijde van het kanaal Terneuzen – Gent en bliezen de spoor- en verkeersbrug op, met als resultaat dat geweldige grote stukken ijzer ver het dorp invlogen. Ook de granaatinslagen kwamen steeds dichterbij. Buiten komen werd levensgevaarlijk en iedereen zocht dekking tegen de scherven in kelder of schuilplaats. Vele huizen in Sluiskil werden beschadigd door het Canadese granaatvuur. ’s Avonds rond zes uur stond een huis in brand. Vlak voor de bevrijding van Sluiskil, hadden de Duitse militairen bij de dijk tegen de Bontepolder aan het eind van de Pierssenspolderstaat, pantserafweergeschut (Pak) geplaatst. Vanuit die stelling werden de Canadese tanks bij Zandstraat onder vuur genomen. De verkeersbrug werd zo grondig vernield dat reparatie onmogelijk was, de spoorbrug werd na de oorlog opgelapt tot een gecombineerde spoorverkeersbrug en kwam pas eind 1947 weer in gebruik. Deze dag werd Sluiskil weer genoemd in een Tagesmeldung van Ob. West. De Geallieerde troepen hadden Zeeuws-Vlaanderen nu ook westelijk van het kanaal Terneuzen – Gent bereikt (4e Canadese Pantser Divisie).

De frontlijn liep nu ongeveer van Zeebrugge – Leopold kanaal – Boekhoute (België) – Sas van Gent – kanaal Terneuzen – Gent – Terneuzen (Nederland).

Sluiskil – donderdag 21 september 1944

Een groep van zo’n 25 Duitse soldaten had zich ingegraven voor het ziekenhuis. —> Troepen van de 712. Infanteriedivision. Tot een uur of tien was het vrij rustig, toen werd er opeens hevig geschoten en rond twaalf uur werd het weer stil. Ongeveer een half uur daarna kwamen de eerste Geallieerde tanks en infanterie Sluiskil binnen. Het waren troepen van de 4th Canadian Armoured Division. Tanks van het 29th Canadian Armoured Reconnaissance Regiment en infanterie van het Argyll & Sutherland Highlanders of Canada Regiment. —> 10th Canadian Infantery Brigade. Het vernielde spoorweggeschut viel nu in Canadese handen. Na de terugtrekking van de Duitse troepen liep de frontlijn nu ongeveer van Zeebrugge – Leopold kanaal – Boekhoute (België) – Braakman (Nederland).  Het 15e Leger had nu nog ruim 10.000 militairen in het bruggenhoofd bezuiden de Westerschelde, dat tot het uiterste verdedigd moest worden. Na een langdurige strijd, werden hier de laatste schoten gelost op 3 november. Ondertussen was de strijd om Walcheren in volle gang. Pas op 28 november kon het eerste konvooi schepen naar Antwerpen varen.