Op bovenstaande foto is de spoorbrug te zien na de aanvaring in 1907. De brug wijst richting Terneuzen. De huizen zijn de Kanaalweg-Noord.

De geschiedenis met het spoorweggeschut speelde zich af op een baanvak van de spoorlijn Gent – Terneuzen. Deze particuliere spoorlijn werd geëxploiteerd door de Spoorwegmaatschappij Gent – Terneuzen en na de liquidatie van deze maatschappij, door de Spoorwegmaatschappij Mechelen – Terneuzen. Na de aanleg van de spoorlijn kon op 3 april 1868 de eerste locomotief tussen Sas van Gent en Sluiskil rijden. Nadat de spoorbrug te Sluiskil gereed was, kon men op 27 november van dat jaar tot het station in Terneuzen rijden. In Sluiskil beschikte men over twee spoorwegstations, station Sluiskil-brug en aan de oostzijde van het kanaal Gent – Terneuzen, station Sluiskil. Aan de oostzijde van het kanaal, sloot de spoorlijn Gent – Terneuzen aan op de spoorlijn Mechelen – Terneuzen. De spoorwegstations werden aangesloten op de rijkstelegraaf, waarvan de palen aan de westzijde  langs het kanaal geplaatst waren.

In 1883 werden er bij station Sluiskil-brug, laad-en lossporen aangelegd. Rond 1900 werd ook het kanaal Gent – Terneuzen verbreed. Omdat de bestaande draaibrug een beperkte doorvaarwijdte had, moest er ook een nieuwe brug komen. In 1903 werd aan de oostzijde van het kanaal een tweede spoorlijn in gebruik genomen. Pas in 1905 werd in Sluiskil met de bouw van de nieuwe spoor- en verkeersbrug begonnen. Hierdoor diende de spoorlijn aan de westzijde van het kanaal verlegd te worden. Ook het station Sluiskil-brug werd afgebroken en vervangen door een nieuw station, iets verderop. Op 11 april 1907 werd de toen 112 meter lange nieuwe brug, die bestond uit twee vaste bruggen en een draaibrug, in gebruik genomen. Diezelfde dag, na het passeren van twee passagierstreinen en een goederentrein, werd de brug al beschadigd door de aanvaring van een schip. De brug zou nadien nog enkele keren schade oplopen door aanvaringen.

In de ochtend van 10 mei 1940 vielen Duitse troepen Nederland binnen. In Sluiskil werd die middag de kunstmestfabriek l’Azote door de Luftwaffe gebombardeerd, waarbij twee werknemers gedood werden en een aantal gewond raakte. Dit was het eerste oorlogsgeweld waar Sluiskil mee te maken kreeg. Op 14 mei capituleerde het Nederlandse Leger  buiten Zeeland. Alleen in Zeeland gingen de gevechten verder. De geallieerde troepen trokken achteruit, richting de Belgische kust. Er werd nog gedacht een verdedigingslinie aan de westzijde van het kanaal Gent – Terneuzen op te werpen. Het strijdtoneel kwam nu richting Sluiskil. De bevolking werd gesommeerd hun woningen te verlaten. Omdat de Belgische militairen een vrij schootsveld aan de oostzijde van het kanaal wilden, werden aan de Oostkade op 21 mei alle huizen in brand gestoken. Vervolgens werden ook de spoor- en verkeersbrug opgeblazen. Toen de bevolking aan de westzijde van Sluiskil weer terug keerde naar hun woningen, werd er daar een beestenbende aangetroffen. Vele woningen waren vernield door de explosies. Ook waren er huizen geplunderd en winkelvoorraden op straat op straat kapot gesmeten. Welk militair belang diende het om een dood varken achter te laten in een bed?  Of alle stoelen met een bajonet te doorsteken? Dit is nooit begrepen in Sluiskil.  De terugtrekkende Franse en Belgische troepen hadden een spoor van vernieling getrokken door het Zeeuws-Vlaamse land. Was het uit frustratie omdat het Nederlandse Leger zo snel had gecapituleerd? Op 23 mei overschreden Duitse militairen in Sluiskil, het kanaal Gent – Terneuzen. Tot halverwege 1942, toen de verkeersbrug hersteld was, kon men enkel met een roeiboot en later met een pontje het kanaal worden overgezet. Nadat de spoorbrug was hersteld, kon eind 1943 ook weer treinverkeer plaatsvinden.

De stikstofbindingsfabriek  C.N.A. (Compagnie Néerlandaise de l’Azote) werd ook door de Royal Air Force gebombardeerd. Op 6 maart 1941 door  Blenheims, vervolgens op 22 en 25 juli 1942 en op 2 september 1942 door Bostons en tenslotte door Mosquitos op 1 en 11 oktober, 13 november en 22 december 1942. Bij de aanval in de namiddag van 22 december, werd een Mosquito neergehaald. Dit toestel stortte neer in de polder achter de fabriek, waarbij de bemanning om het leven kwam. Nadat uiteindelijk het doel van bombardementen, de energiecentrale, was uitgeschakeld werd de fabriek begin 1943 door de Duitsers ontmanteld. Vervolgens verdwenen de nog bruikbare machines en andere delen van de fabriek richting Duitsland. Ook  de naastgelegen cokesfabriek A.C.Z.C.  (Association Coopérative Zélandaise de Carbonisation) werd op dezelfde manier ontmanteld. Deze fabriek werd in mei 1940 stilgelegd en onder Duits beheer gesteld; een aanzienlijk deel van het materieel werd in beslag genomen en weggevoerd naar Duitsland. Na het einde van de Tweede Wereldoorlog, werd getracht zoveel mogelijk van het materieel, dat zich in verschillende Europese landen bevond weer terug in Sluiskil te krijgen. Pas in 1950 kon een batterij van 66 ovens worden gerepareerd en aangestoken. De andere batterij diende geheel te worden herbouwd en werd in 1954 weer in bedrijf gesteld.

Op 20 september 1944 werden de beide bruggen opnieuw opgeblazen, ditmaal door de terugtrekkende Duitse militairen. De verkeersbrug werd totaal vernield, herstellen bleek onmogelijk. De spoorbrug, die enkel in het midden geknakt was werd naderhand tot een gecombineerde spoor- en verkeersbrug omgebouwd. Eind 1947 kon deze brug pas in gebruik genomen worden.

De Spoorwegmaatschappij Mechelen – Terneuzen, verkocht in 1948 het gedeelte spoorlijn aan de westziide van het kanaal Gent – Terneuzen, dat op Nederlands grondgebied lag, aan de Nederlandse Spoorwegen. Ook het gedeelte aan de oostzijde van het kanaal werd aan de Nederlandse Spoorwegen verkocht. In 1960 werd opnieuw met een verbreding van het kanaal Gent – Terneuzen begonnen. Hierdoor werd een groot gedeelte van Sluiskil afgebroken en verdween in 1968 ook de spoor- en verkeersbrug uit het dorp. Daarna kon met met een pontje het kanaal overgezet worden. Auto- en treinverkeer kon van een nieuwe brug, die net buiten Sluiskil gebouwd was,  gebruik maken. Spoorwegstations Sluiskil-brug en Sluiskil werden afgebroken en de spoordijk werd afgegraven.